donderdag 4 februari 2010
VUIG
UIT:
Annie Borckink praat over slippertje Mart Smeets en Ria Visser (Jurryt van de Vooren, Sportgeschiedenis.nl, 4 februari 2010)

CONTEXT:
Hoe dan ook: nog op dezelfde dag van de dubbelklapper waren Smeets en Visser al samen gesignaleerd. Deze roddel ging als een olympisch vuurtje rond en werd zelfs een kleine rel. De affaire zou daarom volgens Brouwer meer zijn dan alleen een VUIGE roddel: "Seks hebben met een veel oudere journalist is een priv├ęzaak. Maar in dit geval was het effect zo groot dat het vervolg van het toernooi werd overschaduwd."

BETEKENIS:
gemeen, laag, slecht

UITSPRAAK:
[vuig]

WOORDFEIT:
Vuig komt vanaf de zeventiende eeuw voor in het Nederlands. Daarvoor werd vuidig gebruikt, waar vuig een verkorting van is. Vuig had allerlei negatieve betekenissen: 'traag, lui', 'minderwaardig, onaanzienlijk', 'laf', 'vuil', 'weerzinwekkend' en ook 'gemeen', 'laaghartig'.
Vuig is niet alleen qua betekenis verwant met vuil 'bedorven, smerig' – ook de woorden zelf zijn verwant aan elkaar.





5 nummers voor 13,50

Aanmelden of afmelden
Archief
Woordpost is een uitgave van het Genootschap Onze Taal.
Deze nieuwsbrief wordt op dinsdag en donderdag gratis per e-mail naar belangstellenden gestuurd.